Inhoudsopgave
Door Frank
12 oktober 2026 — 6 minuten lezen
MarketingFacts wijst deze week op een boek dat 101 modellen voor merkstrategie bundelt, onderverdeeld in tien categorieën die het hele proces van merkbouwen afdekken. Voor Nederlandse CMO's en bureaudirecteuren is dat zowel een zegen als een valkuil: meer keuze betekent niet automatisch meer duidelijkheid. Frank.news zet de ontwikkeling in context en geeft drie praktische lessen voor wie het komende kwartaal een merkstrategie moet herijken.
Drie takeaways:
- Marktbeweging: het aanbod aan merkstrategiemodellen groeit sneller dan het vermogen van teams om ze goed te selecteren en toe te passen.
- Zoekstrategie: koppel elk model eerst aan een concrete vraag (positionering, portfolio, groei) voordat je het op je organisatie loslaat.
- Praktijkles: een model is een denkkader, geen uitvoeringsplan. Zonder vertaling naar content, campagnes en website blijft het bij een PowerPoint-exercitie.

De centrale vraag: verdrinken we in modellen?
Marketingfacts plaatste deze week een leestip over een boek dat 101 modellen voor merkstrategie op een rij zet. De auteur ordent ze in tien categorieën die het hele traject van merkbouwen volgen: van onderzoek en positionering tot identiteit en activatie. Het bericht zelf is kort, maar het signaal is groter dan de leestip suggereert. Nederlandse marketingteams hebben inmiddels toegang tot honderden kaders: Brand Key, Golden Circle, Aaker's Brand Identity Model, House of Brands, Jobs to be Done, om er een handvol te noemen. Platforms als Bedrijvenconsultant.nl bundelen tientallen strategische modellen in één overzicht, EURIB wijdt er complete naslagwerken aan en elk zichzelf respecterend merkstrategiebureau heeft inmiddels een eigen variant op de markt gebracht. De vraag is niet meer of er genoeg modellen zijn. De vraag is of marketeers nog weten welk model bij welk probleem hoort. Juist in een tijd waarin merken onder druk staan van prijsconcurrentie, AI-gegenereerde content en kortetermijndenken vanuit de aandeelhouder, is dat onderscheid cruciaal. Een verkeerd gekozen model kost geen geld, het kost tijd, draagvlak en uiteindelijk geloofwaardigheid bij het management.
Wat zit er in die 101 modellen?
De tien categorieën uit het boek dat Marketingfacts aanhaalt, volgen grofweg de levenscyclus van een merk: van fundamentonderzoek tot activatie in de markt. EURIB beschrijft dezelfde indeling in zijn gids over merkbouwen en laat zien dat de meeste modellen in de praktijk neerkomen op varianten van een beperkt aantal grondvormen. Een vereenvoudigd overzicht:
Deze tabel is geen uitputtende lijst, maar laat zien dat de 101 modellen in de kern terug te brengen zijn tot zes bouwstenen. Bedrijvenconsultant.nl bevestigt dit patroon in zijn eigen overzicht van marketingstrategieën: de meeste kaders herhalen dezelfde logica met een andere naam en een ander plaatje. Voor Nederlandse bureaus betekent dit dat kennis van modellen minder onderscheidend is dan het vermogen om ze te selecteren.
Hoe vind je het juiste model bij de juiste uitdaging?
De tweede verplichte les uit deze briefing is ook de meest praktische: begin niet bij het model, begin bij de vraag. Merkelijkheid, een Nederlands merkstrategiebureau, deelt op zijn site voorbeelden waarin hetzelfde probleem met verschillende modellen wordt benaderd, juist om te laten zien dat er niet één juiste volgorde bestaat. Een CMO die kampt met een verwaterd portfolio na een overname heeft baat bij een architectuurmodel zoals House of Brands. Een marketing director die worstelt met een onduidelijke merkbelofte richting de buitenwereld, schiet daar niets mee op en moet terug naar positionering, bijvoorbeeld via Brand Key. Het probleem in de Nederlandse praktijk is dat teams vaak het meest recente of meest besproken model kiezen, in plaats van het model dat bij hun specifieke uitdaging past. Dat leidt tot strategiedocumenten die mooi ogen in een boardroom, maar niet aansluiten op de operationele realiteit. Een nuttige vuistregel: stel eerst vast of de uitdaging zit in onderzoek, positionering, identiteit, architectuur, communicatie of activatie. Pas dan selecteer je uit de honderd-plus opties het kleine aantal modellen dat daadwerkelijk relevant is. Dat scheelt niet alleen tijd, het voorkomt ook dat het strategietraject verzandt in een welles-nietes over terminologie in plaats van over merkkeuzes.
De strategische les: model is geen plan
De derde en belangrijkste les gaat over uitvoering. Motionmill, een webdesignbureau dat regelmatig merkstrategietrajecten begeleidt, beschrijft het scherp: het verschil zit tussen een bureau dat denkt en een partner die ook levert. Een model dat niet doorvertaald wordt naar website, content en campagnes blijft theorie. Dat sluit aan bij wat Andy Mosmans onlangs in Adformatie schreef over 2026: niet het luidste merk wint, maar het meest geloofwaardige, en geloofwaardigheid ontstaat door consistentie en gedrag, niet door een fraai ingevuld canvas. Managementboek.nl signaleert in zijn bespreking van recente merkstrategieliteratuur dezelfde beweging: lezers zoeken niet langer naar nóg een model, maar naar boeken die de vertaalslag naar de praktijk expliciet maken. Voor Nederlandse bureaudirecteuren en CMO's betekent dit een concrete opdracht. Kies een beperkt aantal modellen dat past bij de fase waarin het merk zit, documenteer waarom dat model gekozen is, en koppel elke uitkomst direct aan een concrete actie in content, media of productontwikkeling. Doe je dat niet, dan eindigt ook model honderd-en-twee in dezelfde kast als de voorgaande honderd-en-een: goed bedoeld, slim bedacht, en volledig losgezongen van de dagelijkse marketingpraktijk.
Bronnen & verder lezen:
- https://www.marketingfacts.nl/berichten/leestip-101-modellen-over-merkstrategie/
- https://www.eurib.net/hoe-bouw-je-een-sterk-merk-2026/
- https://bedrijvenconsultant.nl/marketing-strategieen-modellen/
- https://www.adformatie.nl/creatie/merkstrategie/in-2026-wint-niet-het-luidste-merk
- https://merkelijkheid.nl/en/positioning/brand-strategy-in-practice-examples-and-practical-models