Doorgaan naar artikel

Kan je als journalist nog wel schrijven over Ozempic?

De Inspectie Gezondheidszorg beboet kranten voor 'te wervende' berichtgeving over Ozempic. Wat deed de journalistiek verkeerd en hoe schrijf je er dan wél over?

Kan je als journalist nog wel schrijven over Ozempic?

Inhoudsopgave

Door Frank
31 augustus 2026 — 6 minuten lezen

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft NRC, de Volkskrant, het AD en De Telegraaf beboet voor hun berichtgeving over afslankmedicijnen als Ozempic. Volgens de inspectie is die berichtgeving geen journalistiek, maar reclame voor receptgeneesmiddelen. De zaak raakt direct aan de vrijheid van nieuwsgaring en roept een prangende vraag op: waar ligt de grens tussen informatieve journalistiek en verboden reclame?

Drie takeaways:

  1. De IGJ beboet media die 'te wervend' schrijven over receptgeneesmiddelen, ook als het journalistieke publicaties betreft
  2. Journalisten moeten bijwerkingen en contra-indicaties compleet benoemen volgens de officiële productkenmerken, anders dreigt een boete
  3. De enige veilige route: schrijf puur informatief, vermijd termen als 'wondermiddel', en behandel alle mogelijke risico's even uitgebreid als de voordelen
audio-thumbnail
Kan je als journalist nog wel schrijven over Ozempic?
0:00
/878

Waarom kregen media boetes?

De IGJ legde diverse Nederlandse kranten boetes op voor artikelen over Ozempic, Wegovy en Mounjaro. Die medicijnen zijn in Nederland geregistreerd als receptgeneesmiddelen tegen diabetes, niet als afslankmiddelen. Volgens de geneesmiddelenwet is publieksreclame voor receptgeneesmiddelen verboden, en dat verbod kent volgens de inspectie geen uitzondering voor journalistiek.

De inspectie stelt dat de artikelen te wervend waren en niet alle bijwerkingen en contra-indicaties benoemden conform de samenvatting van de productkenmerken. Zo werd in sommige publicaties wel vermeld dat Ozempic eigenlijk een diabetesmedicijn is, maar niet alle mogelijke bijwerkingen werden belicht. De IGJ kijkt naar de context en heeft geen vaste checklist, aldus een woordvoerder. Maar volgens de mediabedrijven is de redenering problematisch: als je schrijft dat een middel 'veelbelovend' of 'populair' is, loop je al snel tegen de grens van reclame aan.

Anders gezegd: zelfs als journalisten erbij schrijven dat middelen als Ozempic duur zijn, bijwerkingen hebben en langdurig gebruikt moeten worden, kan dat volgens de inspectie nog steeds als reclame worden gezien. De mediabedrijven zien het als een inperking van de journalistieke vrijheid en overwegen bezwaar.

Wat deed de journalistiek 'verkeerd'?

De kern van het probleem ligt in de woordkeuze en de compleetheid van de informatie. Als een journalist een medicijn een 'wondermiddel' noemt of de populariteit onder BN'ers beschrijft zonder direct en volledig alle risico's te benoemen, wordt het al snel reclame in de ogen van de IGJ. De inspectie verwacht dat journalisten niet alleen noemen dat Ozempic bijwerkingen heeft, maar alle mogelijke bijwerkingen en contra-indicaties behandelen zoals die in de officiële productkenmerken staan.

Dat is een hoge drempel. De productkenmerken van een medicijn bevatten vaak pagina's aan technische informatie over zeldzame bijwerkingen, interacties en waarschuwingen. Een journalist die schrijft over de opkomst van afslankmedicijnen en de maatschappelijke trend, moet dan kiezen: óf een volledige farmaceutische bijsluiter parafraseren, óf helemaal niet schrijven.

Volgens hoogleraar gezondheidsrecht Anniek de Ruijter raakt deze benadering aan de vrije nieuwsgaring. Journalistiek is nu eenmaal geen productinformatie. Een artikel gaat over context, trends en maatschappelijke ontwikkelingen, niet over het completeren van een veiligheidsdatabank. Maar de IGJ trekt die lijn niet: als je over een receptgeneesmiddel schrijft op een manier die de indruk wekt dat het positief is, ben je reclame aan het maken.

Hoe schrijf je er dan wél over?

De rechtbank heeft inmiddels geoordeeld dat journalisten kunnen blijven schrijven over dit onderwerp, zolang de publicaties puur informatief zijn en in overeenstemming met de productkenmerken. Dat betekent in de praktijk: vermijd alle wervende taal, benoem expliciet dat het gaat om een diabetesmedicijn dat off-label gebruikt wordt en behandel bijwerkingen en contra-indicaties even uitgebreid als de vermeende voordelen.

Concreet: schrijf niet 'veelbelovend', 'populair onder sterren' of 'wondermiddel'. Schrijf wél 'volgens wetenschappelijk onderzoek', 'geregistreerd voor diabetes', 'kan misselijkheid, braken en pancreatitis veroorzaken' en 'langdurig gebruik noodzakelijk'. Geef beide kanten van het verhaal gelijkwaardig aandacht. Behandel de risico's niet als voetnoot, maar als gelijkwaardig onderdeel van het artikel.

Voor marketingprofessionals die branded content of native advertising maken over gezondheidsthema's, is de les helder: blijf ver uit de buurt van receptgeneesmiddelen. Zelfs als je denkt dat je informatief bezig bent, kan een inspecteur het anders interpreteren. En de boetes zijn niet symbolisch, ze lopen in de tienduizenden euro's. De enige veilige route is journalistiek die zich houdt aan de farmaceutische standaard van evenwichtige productinformatie. Dat maakt het moeilijker om pakkende verhalen te schrijven, maar het is wel de enige manier om buiten het vizier van de IGJ te blijven.

Wat betekent dit voor de sector?

De zaak heeft implicaties die verder reiken dan Ozempic. Als de redenering van de IGJ standhoudt, kunnen journalisten eigenlijk niet meer vrijelijk schrijven over nieuwe medicijnen, doorbraken in de farmaceutische industrie of trends in de gezondheidszorg. Elk artikel over een receptgeneesmiddel wordt dan getoetst aan de vraag: is dit reclame?

De Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) wil samen met het genootschap van hoofdredacteuren in gesprek met de inspectie. Mediabedrijven spreken van censuur. Dat is een zwaar woord, maar de vrees is niet ongegrond: als je niet meer mag schrijven over een maatschappelijk relevant fenomeen zoals de opkomst van afslankmedicijnen, zonder eerst een juridische scan te doen op volledigheid van bijwerkingen, dan wordt journalistiek onmogelijk gemaakt.

Voor marketing- en communicatieprofessionals die werken met gezondheidsmerken, publishers of branded content is de boodschap helder: check elk stuk dat over medicijnen gaat dubbel. Laat het checken door een jurist die de geneesmiddelenwet kent. En als je twijfelt of iets te wervend klinkt, schrap het. De IGJ heeft laten zien dat ze bereid is te handhaven, ook tegen gevestigde media. Voor kleinere partijen of bureaus kunnen de boetes existentieel zijn.




Bronnen & verder lezen:

  • https://www.nrc.nl/nieuws/2026/08/27/als-een-journalist-een-medicijn-een-wondermiddel-noemt-dan-is-het-al-snel-reclame-en-dat-mag-niet-a4935148
  • https://nos.nl/artikel/2627340-kranten-en-tijdschrift-krijgen-boetes-voor-berichtgeving-over-afslankmedicijnen
  • https://www.eldermans-geerts.nl/reclame-of-nieuwsartikel-over-afslankmedicatie-wanneer-dreigt-een-boete-van-de-igj/
  • https://www.villamedia.nl/artikel/boetes-voor-nrc-de-volkskrant-ad-en-de-telegraaf-na-schrijven-over-ozempic-dit-is-gewoon-censuur

Opmerkingen

Laatste

Manager in geel veiligheidsvest loopt door een Amazon-warehouse met tablet met retailmedia-data, omgeven door volle palletrekken.

Wat kan de concurrentie leren van retailmedia bij Amazon

Amazon domineert retailmedia in Europa met tweederde van alle uitgaven. Terwijl groei elders stagneert, blijft Amazon groeien. Wat kunnen Nederlandse retailers als Bol en Albert Heijn leren van Amazon's combinatie van meetbaarheid, full-funnel infrastructuur en schaal?

leden Openbaar