Inhoudsopgave
Door Frank
19 oktober 2026 — 7 minuten lezen
Een goede woordvoerder zegt niet overal ja op, probeert niet ieder interview te controleren en begrijpt dat journalisten gewoon hun werk moeten doen. In zijn boek Waanzin geeft Frank Verhoef (eigenaar van communicatie- en lobbykantoor Langelaar Verhoef Corporate Affairs en acht jaar actief als woordvoerder onder meer bij het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) een kijkje achter de schermen van een vak waarin de hectiek soms belangrijker lijkt dan het resultaat. Zijn belangrijkste les? Durf je opdrachtgever tegen te spreken. En het geheim van een goede relatie met journalisten? Vertrouwen, wederzijds begrip en vooral een beetje minder krampachtig doen.
Drie takeaways:
- Een goede woordvoerder is adviseur, geen uitvoerder: durf beargumenteerd nee te zeggen tegen je opdrachtgever, ook als dat een bestuurder, wethouder of minister is
- Minder controle, meer vertrouwen: vooraf interviews willen checken of achteraf uitspraken afzwakken ondermijnt juist de relatie met journalisten die je nodig hebt
- De balans is scheef: niet te veel woordvoerders, maar te weinig journalisten die zelf op onderzoek uitgaan in plaats van te reageren op persberichten
Waarom wilde je eigenlijk een boek schrijven over het vak van woordvoerder?
"Ik wilde vooral een kijkje achter de schermen geven van de chaos die dit vak soms is. Er zijn natuurlijk genoeg boeken over PR en communicatie, maar dat zijn vaak theorieboeken. Ik wilde juist iets maken waar je in de praktijk wat aan hebt. Inmiddels werk ik twaalf jaar in communicatie, waarvan acht jaar als woordvoerder. Als ik dit boek had gelezen toen ik begon, had ik mijn werk waarschijnlijk een stuk beter gedaan. Het mooie is dat je in het boek ook mijn eigen ontwikkeling ziet. Ik heb fouten gemaakt, ben tegen allerlei dingen aangelopen en heb gaandeweg geleerd hoe het werkt. Het leek me waardevol om die ervaringen door te geven aan mensen die net beginnen."
Wat is de belangrijkste les die je zelf hebt geleerd?
"Dat je beargumenteerd nee moet durven zeggen. Toen ik begon, was ik heel erg gewend om alles te doen wat mij werd gevraagd; maak dit, regel dat, doe zus, doe zo. Je denkt dat je daarmee goed bezig bent, maar eigenlijk laat je je volledig leiden door de waan van de dag en de wensen van anderen. Je hebt helemaal geen strategie meer. Een goede woordvoerder moet juist overzicht houden, kalm blijven en adviseren. Als een bestuurder opeens iets wil, moet je kunnen zeggen: wacht eens even, volgens mij is dat helemaal niet handig. Ik spreek dagelijks journalisten, weet welke onderwerpen spelen en denk dat we beter iets anders kunnen doen. Dat moet je natuurlijk wel onderbouwen. Het gaat er niet om dat je dwarsligt, maar dat je als professional een eigen oordeel hebt."
Anders word je een soort personal assistant van degene voor wie je werkt?
"Ja, precies. Je bent dan eigenlijk slaafs aan het uitvoeren wat iemand vraagt. Dat is niet goed voor je zelfvertrouwen, niet voor je adviesvaardigheden en uiteindelijk ook niet voor de organisatie waarvoor je werkt. Die heeft namelijk tegenspraak nodig. Je moet een directeur, wethouder of minister durven tegen te spreken. Dat is niet voor iedereen weggelegd, maar het hoort wel bij het vak. Je bent geen assistent die koffie haalt en verder overal ja op zegt. Je bent een adviseur die richting moet geven."
Je schrijft ook over de enorme hectiek van het woordvoerderschap. Is die drukte een beetje onderdeel van de identiteit van het vak geworden?
"Absoluut. Het is een vak van pieken en dalen. De ene dag word je veertien keer gebeld en de volgende dag ben je opeens niet meer belangrijk. Ik heb zelf ook last gehad van het imposter syndrome. Dan denk je: kan ik dit eigenlijk wel? Doe ik er wel toe? Ik merk dat veel woordvoerders lekker gaan op die chaos, als het druk is, voelen ze zich belangrijk. Maar als het rustig is, beginnen ze aan zichzelf te twijfelen. Terwijl het natuurlijk helemaal niet nodig is om voortdurend in een gekkenhuis te zitten om je werk goed te doen.Vooral jonge woordvoerders werken zich soms helemaal kapot, omdat ze denken dat dat erbij hoort. Ik heb zelf geen burn-out gehad, maar ik denk wel dat ik op een bepaald moment die kant op ging en daarom gun ik jonge mensen dat ze eerder hun grenzen aangeven."
Is het dan ook belangrijk om wat minder krampachtig om te gaan met de voorbereiding van interviews?
"Zeker. Je kunt vooraf tweeduizend woorden aan mogelijke vragen en antwoorden uitschrijven, maar je kunt ook gewoon een kernboodschap formuleren en drie belangrijke punten meegeven. Dat laatste werkt vaak beter. Ik vind ook dat een woordvoerder rust moet uitstralen. Als je vlak voor een interview nog een enorme stapel papieren gaat doornemen, maak je iemand alleen maar zenuwachtig. Geef die bestuurder liever een kop koffie, zeg dat hij er goed uitziet en wens hem succes. Je hoeft als woordvoerder ook niet voortdurend in te grijpen tijdens een interview. Je zit erbij voor het geval er een vraag komt die niet direct beantwoord kan worden. Verder moet je mensen gewoon hun gesprek laten voeren want een beetje spontaniteit kan helemaal geen kwaad."
Tegelijkertijd lijkt het alsof woordvoerders tegenwoordig steeds meer controle willen over wat er uiteindelijk in de media verschijnt.
"Dat klopt. Vaak komt die behoefte vanuit de bestuurder of organisatie waarvoor je werkt. Mensen zijn bang dat uitspraken worden uitvergroot, waarna er weer politieke ophef ontstaat. Dus proberen ze zoveel mogelijk regie te houden. Maar daardoor ontstaat juist een enorme kramp waar we vanaf moeten. Als iemand een interview geeft, moet je erop kunnen vertrouwen dat de journalist dat op een faire manier weergeeft. Natuurlijk mogen feitelijke onjuistheden worden gecorrigeerd… als cijfers niet kloppen, moet je dat rechtzetten. Maar het is iets anders wanneer je na afloop probeert de boodschap te veranderen of bepaalde uitspraken af te zwakken. Als iemand iets onhandigs heeft gezegd, dan heeft diegene dat nu eenmaal gezegd."
Maar uiteindelijk word jij betaald door de organisatie en niet door de journalist.
"Dat is natuurlijk zo. Alleen probeer ik wel zoveel mogelijk richting de journalist te bewegen. Ik vind het bijvoorbeeld niet prettig om steeds te moeten vragen of ik een interview vooraf mag controleren. Liever heb ik dat een journalist zelf aanbiedt om feitelijke zaken te checken, of dat we ervan uitgaan dat het goed komt. Dat vraagt natuurlijk ook vertrouwen van degene voor wie ik werk. Je moet als woordvoerder soms uitleggen dat niet alles gecontroleerd hoeft te worden, is ook een kwestie van je eigen organisatie opvoeden."
Je pleit dus eigenlijk voor wat meer vrijheid voor journalisten?
"Ja. Als nieuwsconsument wil ik goede onderzoeksjournalistiek, onthullingen en verhalen die echt ergens over gaan. Als woordvoerder wil je soms juist zoveel mogelijk controle dus daar zit een spanningsveld. Ik denk dat we vanuit de woordvoering best wat meer ruimte mogen geven, maar dan moeten journalisten wel zorgvuldig werken en niet met uitspraken aan de haal gaan. Het vraagt trouwens ook iets van de politiek. Als de Tweede Kamer bij ieder klein beetje ophef meteen iemand ter verantwoording roept, blijven bestuurders en woordvoerders bang om vrijuit te spreken."
Zijn er eigenlijk niet gewoon veel te veel woordvoerders tegenwoordig?
"Dat gevoel heb ik soms ook, maar ik weet hoe druk het kan zijn. Toen ik bij het ministerie van Landbouw werkte en er vogelgriep speelde, heb ik op één dag veertig journalisten gesproken. Dan kom je aan heel veel andere werkzaamheden niet meer toe. Ik denk dus niet automatisch dat er minder woordvoerders nodig zijn, maar we moeten wel naar onze rol kijken. Iets minder controle willen, iets minder boos doen tegen journalisten en meer respect hebben voor hun werk. Wat mij betreft mogen er trouwens vooral meer journalisten bij. De balans tussen communicatie en journalistiek is behoorlijk scheefgegroeid."
Toch ben je ook kritisch op de journalistiek zelf. Wat moet daar beter?
"Ik zou graag zien dat journalisten meer eigen verhalen maken en niet alleen reageren op persberichten, Kamerbrieven en rapporten. Als ik naar het journaal kijk, denk ik soms: een groot gedeelte hiervan is ontstaan doordat iemand iets naar buiten wilde brengen. Ga zelf op onderzoek uit, praat met mensen binnen organisaties, met iemand op straat of bij de kapper. Daar komen vaak de mooiste verhalen vandaan. Daarnaast vind ik dat journalisten beter moeten uitleggen hoe hun verhalen tot stand komen. En als ze een grote fout maken, moeten ze die ook groot corrigeren. Als iets op de voorpagina stond en niet bleek te kloppen, hoort de correctie wat mij betreft ook op de voorpagina."
Wat is volgens jou het geheim van een goede verstandhouding tussen journalisten en woordvoerders?
"Wederzijds respect en begrip voor elkaars werk. Als je als woordvoerder niet op tijd kunt reageren, leg dat dan gewoon uit. Zeg niet aan het einde van de dag dat het toch niet meer lukt, terwijl een journalist de hele dag heeft zitten wachten. En neem gewoon je telefoon op. Andersom mogen journalisten best begrijpen dat woordvoerders het ontzettend druk kunnen hebben en intern soms ook allerlei weerstand moeten overwinnen. Ook helpt het enorm als je oprecht geïnteresseerd bent in elkaar. Ik kom in Den Haag regelmatig journalisten tegen en dan hebben we het niet alleen over politiek, maar bijvoorbeeld ook over restaurants of een goede fles wijn. Je hoeft geen vrienden te worden, want het blijft een professionele relatie, maar je kunt elkaar wel leren kennen. Uiteindelijk heb je elkaar nodig. Als je elkaars belangen begrijpt en respecteert, wordt het werk voor iedereen beter."