Doorgaan naar artikel

Moedig Eneco blijft reclame maken voor energietransitie

Kun je in een tijd van energiecrisis en hoge prijzen nog wel reclame maken voor een groene energietransitie? Eneco denkt van wel. Het probeert optimisme te verkopen in een markt vol wantrouwen.

Eneco

Inhoudsopgave

Door Frank
23 oktober 2026 — 6 minuten lezen

Eneco lanceerde in oktober het nieuwe merkplatform 'Wie doet er mee?', juist op het moment dat energieprijzen en politieke onrust over de transitie torenhoog zijn. Samen met Dentsu Creative Amsterdam kiest het energiebedrijf voor optimisme in plaats van pessimise, met vervolgcampagnes voor consumenten en zakelijke klanten. Voor marketeers is dit een leerzame casus over timing, toon en het risico van bronverificatie in een tijd van bot-detectie.

Drie takeaways:

  1. Energiebedrijf Eneco lanceert een nieuwe campagne in moeilijke tijden. Eneco test een strategie die meer energiebedrijven zullen volgen: optimisme verkopen in een markt vol wantrouwen.
  2. Bereik-impact: Eneco kiest bewust voor een positief frame boven een prijs-frame, wat organisch minder vanzelfsprekend scoort en dus extra paid media vraagt om het verhaal op schaal te vertellen
  3. Kans of bedreiging: wie nu als eerste optimisme claimt in een categorie vol wantrouwen, bezet mentale ruimte die concurrenten later moeilijk kunnen heroveren
audio-thumbnail
Moedig Eneco blijft reclame maken voor energietransitie
0:00
/1075

Eneco zet de toon: nieuwe reclame tijdens hoge energieprijzen

Eneco lanceerde op 5 oktober een nieuw merkplatform: 'Wie doet er mee?' Het energiebedrijf ontwikkelde het concept samen met Dentsu Creative Amsterdam en zet de campagne in zowel Nederland als België. Twee weken later, op 19 oktober, volgden twee vervolgcampagnes die laten zien hoe consumenten en zakelijke klanten concrete stappen kunnen zetten in de energietransitie.

De timing is opmerkelijk. Energieprijzen liggen al jaren onder het vergrootglas, politiek Den Haag discussieert over marktprikkels in de transitie en consumenten zijn murw van prijsstijgingen en wisselende leveranciers. Juist in die context kiest Eneco voor een positief verhaal over meedoen aan de energietransitie, in plaats van defensieve reclame over tarieven of leveringszekerheid.

Voor marketing-, media- en communicatieprofessionals is deze casus om twee redenen relevant. Eneco test een strategie die meer energiebedrijven zullen volgen: optimisme verkopen in een markt vol wantrouwen.

Wat is 'Wie doet er mee?' precies?

'Wie doet er mee?' is geen tijdelijke actie maar een volwaardig merkplatform, bedoeld om jarenlang mee te gaan. Eneco en Dentsu Creative Amsterdam ontwikkelden het concept rond een simpele vraag die zowel uitnodigend als activerend moet werken: doe je mee aan de energietransitie, of niet? Volgens Eneco's eigen nieuwsbericht wil het bedrijf 'laten zien hoe makkelijk, leuk en slim meedoen kan zijn' en iedereen uitnodigen om aan te haken, 'want alleen als we allemaal meedoen, wordt de missie duurzame energie van iedereen werkelijkheid.'

MarketingTribune omschrijft de kern treffend: Eneco kiest in zijn merkcommunicatie bewust voor een positievere benadering van de energietransitie. Geen schrikbeelden, geen cijfers over CO2-uitstoot of netcongestie, maar een toon die aanmoedigt in plaats van waarschuwt.

De twee vervolgcampagnes die op 19 oktober volgden, maken dat concreet voor twee verschillende doelgroepen. De ene richt zich op consumenten en laat zien welke kleine, haalbare stappen huishoudens kunnen zetten, denk aan zonnepanelen, een warmtepomp of slim laden. De andere spreekt zakelijke klanten aan en toont hoe bedrijven hun energiehuishouding kunnen verduurzamen zonder dat dit ten koste gaat van concurrentiepositie of marge.

Adformatie vat de onderliggende boodschap samen: zowel grote als kleine stappen kunnen bijdragen aan een toekomstbestendiger energiesysteem. Daarmee probeert Eneco iets fundamenteels: de energietransitie herkaderen van verplichting naar keuze, van last naar kans. Of dat werkt, hangt af van de vraag of consumenten die boodschap nog geloven na jaren van prijsstijgingen en wisselende politieke standpunten over subsidies en energiebelasting.

Waarom dit een gewaagde zet is in 2026

Reclame maken voor de energietransitie is geen onschuldige keuze op dit moment. Nederlandse huishoudens betalen al jaren hogere energierekeningen dan voor de energiecrisis, de politiek twijfelt openlijk over het tempo van verduurzaming en het vertrouwen in energiebedrijven staat onder druk. In die omgeving kiezen voor een vrolijke, uitnodigende toon voelt voor sommigen als tonen van onbegrip voor de portemonnee van de klant.

Eneco lijkt zich hiervan bewust. Het bedrijf publiceerde recent ook een Koersverlegger, de eigen whitepaperserie gericht op het maatschappelijk debat, waarin het de politiek en overheid oproept om voldoende marktprikkels te behouden in de energietransitie. Die combinatie van lobby en reclame is veelzeggend: Eneco probeert niet alleen consumenten te overtuigen, maar ook het politieke klimaat te beïnvloeden waarin die consumenten hun keuzes maken.

Die dubbele aanpak is verstandig, want een merkverhaal alleen verandert geen marktomstandigheden. Als energieprijzen hoog blijven en subsidies voor zonnepanelen of warmtepompen verdwijnen, botst het optimistische 'Wie doet er mee?' al snel met de financiële realiteit van huishoudens. Adformatie stelt die vraag ook expliciet: waait de vrolijke wind bij Eneco ook over naar de consument, of blijft het bij een fris merkverhaal zonder voelbare impact op de energierekening?

Voor marketeers in andere sectoren met een vergelijkbaar spanningsveld, denk aan banken, verzekeraars of telecomaanbieders, is dit een herkenbaar dilemma: hoe vertel je een optimistisch verhaal over verandering als je klant vooral de kosten daarvan voelt? Eneco's antwoord is: niet wegduiken, maar de toon bewust kiezen vóórdat concurrenten dat doen.

Bereik-impact: wat kost optimisme in een wantrouwende markt?

Een positief frame kiezen klinkt sympathiek, maar heeft organisatorische consequenties voor bereik en budget. Content die aanmoedigt in plaats van waarschuwt, scoort op sociale platforms doorgaans minder vanzelfsprekend op organische betrokkenheid dan content die inspeelt op zorgen of verontwaardiging, simpelweg omdat algoritmes reageren op emotie en urgentie. Voor Eneco betekent dit dat het merkplatform 'Wie doet er mee?' waarschijnlijk extra paid media nodig heeft om dezelfde zichtbaarheid te krijgen als een scherper, confronterender verhaal zou hebben gehad.

Ter vergelijking: waar Eneco kiest voor een brede, positieve merkcampagne gericht op zowel consument als zakelijke markt, profileert concurrent Vandebron zich van oudsher kleinschaliger en directer, met een uitgesprokener, activistischer toon gericht op een bewustere, kleinere doelgroep. Beide strategieën hebben hun eigen bereik-economie.

Merk Aanpak Toon Doelgroep
Eneco Breed merkplatform, massamediaal, groot bureau Positief, uitnodigend Consument én zakelijk, landelijk
Vandebron Activistische, directe communicatie, kleinere schaal Uitgesprokener, activistisch Bewuste consument, nichegericht

Voor media-planners is de praktische vraag niet of optimisme werkt, maar wat het kost om het te laten werken. Een positief frame vraagt vaak om meer herhaling, langere campagneperiodes en een mix van paid en owned kanalen om het gebrek aan organische virale kracht te compenseren.

Kans of bedreiging: wie wint het eerste-mover-voordeel?

De interessantste vraag voor marketeers is niet of Eneco's gok werkt, maar wie profiteert als early adopter van deze toonverandering in de energiesector. Merken die als eerste een categorie durven herkaderen, claimen vaak mentale ruimte die concurrenten later lastig kunnen heroveren. Wie als eerste 'optimisme' en 'meedoen' aan de energietransitie koppelt, bezet dat territorium voordat anderen het proberen.

Dat first-moversvoordeel is niet vrijblijvend. Het vraagt lef, want Eneco neemt het risico dat critici de campagne framen als 'greenwashing met een vrolijk likje verf' terwijl de energierekening onveranderd hoog blijft. Adformatie stelt die vraag letterlijk: waait de vrolijke wind ook over naar de consument? Als het antwoord nee is, keert het eerste-moversvoordeel zich tegen Eneco en wordt het merk kwetsbaar voor concurrenten die wél concrete, voelbare voordelen kunnen claimen.

Tegelijk is er een reëel scenario waarin Eneco wint: als het merk erin slaagt om 'Wie doet er mee?' te koppelen aan tastbare producten (zonnepanelen, laadpalen, warmtepompen) met een duidelijk prijsvoordeel, dan wordt het platform meer dan reclame, het wordt een sales-motor. Energieleveranciers die nu nog wachten met een vergelijkbaar verhaal, lopen het risico dat Eneco de positieve framing van de transitie al heeft geclaimd tegen de tijd dat zij volgen.

Voor adverteerders in andere categorieën met een vergelijkbaar maatschappelijk thema (duurzaamheid, gezondheid, financiële zekerheid) is de les: wachten tot de marktomstandigheden perfect zijn, betekent vaak wachten tot een concurrent de positieve framing al heeft ingenomen. Eerste-mover zijn in een gevoelig thema is risicovol, maar het alternatief, een volger zijn in een thema dat al bezet is, is op lange termijn duurder.

Bronnen & verder lezen:

  • https://marketingreport.nl/dentsu-creative-maakt-vervolgcampagnes-voor-eneco
  • https://marketingreport.nl/eneco-vernieuwt-merkverhaal-voor-benelux
  • https://www.marketingtribune.nl/bureaus/nieuws/2026/10/eneco-lanceert-wie-doet-er-mee/index.xml
  • https://www.adformatie.nl/marketing/campagnes/waait-de-vrolijke-wind-bij-eneco-ook-naar-de-consument
  • https://www.adformatie.nl/marketing/campagnes/waait-de-vrolijke-wind-bij-eneco-ook-over-naar-de-consument

Opmerkingen

Laatste

Vrouw op rode loper in hotellobby, personeel met bloemen en champagneglazen op dienblad

Hoe belangrijk zijn reviews echt?

Een nieuw Nederlands reviewplatform claimt eerlijker te zijn dan Trustpilot en Google. Wij zochten uit wat dat betekent, hoe belangrijk reviews echt zijn, en of je ze kunt beïnvloeden of gewoon beter moet presteren.

leden Openbaar