Guerrillamarketing Rwanda verslaat politieke correctheid

visit-rwanda
838

Net als in Nederland doet het ook in Engeland de wenkbrauwen fronsen: de sponsoring van de Londense voetbalclub Arsenal door het midden-Afrikaanse land Rwanda. Los van het feit wat je er persoonlijk van vindt en of je er nu ineens op vakantie wil: Rwanda heeft de investering van 30 miljoen Pond dankzij alle aandacht nu al terugverdiend.


Politici haasten zich van camera tot camera om te verklaren dat Europese bemoeizucht, sorry ontwikkelingshulp, niet bedoeld is om voetbalclubs te sponsoren. Een volledig achterhaalde koloniale perceptie, namelijk dat ontwikkelingshulp uit brood en water moet bestaan. Want een land dat zichzelf via sportsponsoring manifesteert is niets nieuws. NEC uit Nijmegen pronkte met Curaçao op de borst. Het succesvolle Atletico Madrid droeg met trots de naam van Azerbeidzjan op het klassieke roodwit gestreepte shirt. De deal met Atletico heeft Azerbeidzjan geen windeieren gelegd. Bij de start van de overeenkomst met Atletico in 2013 was Azerbeidzjan niet meer dan een onbetekenende voetnoot in de decadente Westerse productiemaatschappij. Inmiddels is dat beeld van het oliedom totaal anders. Mede met dank aan alle investeringen in de sport. Het land organiseert een F1-stratenrace in hoofdstad Baku en host volgend seizoen de finale van de Europa League. De bewuste campagne heeft van het Aziatische land een centrum van topsport gemaakt en het imago heeft dientengevolge een enorme boost gekregen. Werkgelegenheid, dure hotels, internationale handel, bekendheid, groei. Goed gedaan en dat hele proces werd slimme marketing in de sportwereld. Door de shirtreclame van Atletico met als slogan 'Land of Fire'.

Oorlog

Land of Fire. Een mooi bruggetje naar Rwanda, het land dat we vooral kennen van de afgrijselijke guerrillaoorlog tussen de hutu's en de tutsi's. De deal van Rwanda met Arsenal heeft tot doel van dát imago af te komen en het toerisme in het land te ontwikkelen. De investering heeft absoluut niets te maken met het feit dat Arsenal de favoriete club is van president Kagame, bezweert de leider zelf. In het voetbalgekke Rwanda heeft de link met Arsenal een verbindend effect. Trots en saamhorigheid. Voor Kagame is de nieuwe identiteit die zijn land zich wil aanmeten in het buitenland leidend. Naar het voorbeeld van Azerbeidzjan. Maar de bijvangst van interne trots is iets waar geen ontwikkelingshulp tegenop kan. De gespeelde verontwaardiging van Europese politici ten spijt. De transitie van guerrillaoorlog naar guerillamarketing verdient support en bewondering. Rwanda denkt out of the box. Alleen al daarom verdient het land dat we onze slippers inpakken en het vliegtuig naar Kigali nemen.