Filosoof Sjaak Vane beschouwt bekende fenomenen in de marketingwereld vanuit zijn eigen perspectief. Vandaag over zijn eigen Vlissingen.

Vlissingen is behoorlijk de Sjaak. Vorige maand kregen we de eerste klap. Toen werden we als provinciaaltjes weggezet door Lubach op Zondag. Ons belangrijkste verkiezingsonderwerp was het Nollebos– en dat klinkt behoorlijk bekrompen, als je het zo neerschrijft. Ik zeg ‘ons’, want hier schrijft een geboren Vlissinger.

 

Achterhoedegevecht

Even een stukje geschiedenis. Vlissingen worstelt al veel langer met zijn imago. Het ziekenhuis waar ik ter wereld kwam heette ooit Bethesda, naar een geneeskrachtige bron. Het instituut werd omgedoopt in het Admiraal De Ruyter ziekenhuis. Beter voor  het imago, tenslotte moeten we tegenwoordig vechten tegen iedere ziekte. De Ruyter is een sterk merk, moet men gedacht hebben.

Onlangs liep onze zeeheld averij op vanwege zijn aandeel in de slavenhandel. Die storm is weer gaan liggen. Het standbeeld op de gelijknamige boulevard is niet omver getrokken. Veel ingrijpender is de verhuizing van het ziekenhuis naar Goes. Kinderen worden voortaan in die gemeente geboren, zodat Vlissingen  alleen nog maar in je paspoort staat als je moeder thuis is bevallen. Ook is de bibliotheek gesloten evenals de Halfords, de Miss Etam, Leen Bakker, Xenos en de Vögele. Gelukkig hebben we nog een Blokker en een Intertoys en houdt de HEMA dapper stand. Vlissingen voert een achterhoedegevecht. Het lukt maar niet om de winkelpanden te vullen.

 

Bye bye Vlissingen

Aan toeristen geen gebrek. Maar er zijn buiten de horeca bedroevend weinig vacatures. De gemeente betaalde dan ook gretig mee aan de vernieuwing van de marinekazerne. Maar de mariniers hebben vrouwen en die vertikken het om de hele dag met de hond over het strand te wandelen. Of om ijsjes te verkopen aan toeristen. Vorige week sprak ik een chirurg uit Leiden die vijf jaar geleden naar Vlissingen verhuisde. Zijn academisch geschoolde vrouw is blij met haar baantje als secretaresse via een uitzendbureau. Die 500 mariniersvrouwen hebben dus een punt. Lubach vormde de genadeklap voor het imago. In Vlissingen wil je nog niet dood gevonden worden, grapte hij. En als Lubach het zegt, heb je een probleem. Na ‘bye bye Facebook’, vrezen we nu voor een ‘bye bye Vlissingen’.

 

Promotie

Afgelopen donderdag weerlegde een gedeputeerde van de provincie Zeeland de bezwaren met een vlammend betoog, zo schrijft huis-aan-huisblad De Faam. Een promotiewerkgroep zal het negatieve beeld van Zeeland moeten rechtzetten. Inhoudelijk wordt er niet ingegaan op de zorgen van de mariniers. Het probleem wordt moeiteloos geframed als een imagoprobleem. Vlissingen is best leuk alleen dat hebben we te weinig onder de aandacht gebracht. Dat klinkt als Mark Rutte die beweerde dat de VVD altijd voor het milieu is geweest, maar het verdomd slecht heeft gecommuniceerd. Kortom: Vlissingen moet dringend een peloton stadsmarketeers invliegen.

 

Kun je een stad verkopen?

Het probleem met een stad is dat er ook nog inwoners zijn. Mensen die de stad op een eigen manier beleven. Die  herkennen zich vaak niet in het merk dat van hun leefomgeving wordt gemaakt. ‘Door de veelzijdige persoonlijkheid van een plaats of bedrijf in een simplistische merkessentie te proppen, beledig je de intelligentie van het publiek’, moppert de Amerikaanse journalist Lucas Conley in zijn boek Obsessive Branding Disorder (vertaald als: De Merkenziekte).

Conley beschrijft het rebrandingproces van Cincinnati. In 2001 kwam deze Amerikaanse stad landelijk in het nieuws vanwege rellen als reactie op racisme door de politie. Nadat de rust weer was teruggekeerd probeerde men het imago op te poetsen. Nu is Cincinnati een stad van marketeers. De hoofdkantoren van Procter & Gamble, supermarktketen Kroger en warenhuis Macy’s staan er. Charlotte Otto, al jarenlang werkzaam voor Procter & Gamble zag mogelijkheden om haar stad weer op de kaart te zetten. Een stadspromoteam interviewde dertig bewoners en meer dan vijfduizend inwonenden vulden online een vragenlijst in. Het leidde tot verbaasde reacties. Goh, dat onze stad zóveel te bieden heeft. De slogan werd dan ook: All Together Surprising. Het merk CincinnatiUSA werd gelanceerd onder andere door regionaal attracties en hotelarrangementen onder de aandacht te brengen.

 

Reddingsboei via stadsmarketing?

Is Vlissingen nog te redden met extra stadsmarketing? Misschien wel. Amsterdam bedacht iAmsterdam en heeft nu een omgekeerd imagoprobleem: het is zó populair dat het een openluchtmuseum dreigt te worden. Met een slogan kun je jezelf als stad op de kaart zetten. De werking is echter omstreden. Tweederde van de slogans hebben geen zin volgens deskundigen en sommige slagzinnen kosten aardig wat geld.  Utrecht betaalde twee ton voor (ja, het staat er echt) UtrECHT. Leeuwarden bedacht echter geheel op eigen kracht de slogan: ‘Kijk, dat is het mooie van Leeuwarden’ en won er in 2014 een prijs mee.

Vaak is de originaliteit ver te zoeken. Een rondgang door Nederland levert veel nietszeggende zinsnedes op en soms doublures zoals: ‘Zin in Zandvoort’ en ‘Zin in Zevenaar’. De grappigste mislukkingen zijn toch wel: ‘Dromen, doen, Heusden’, ‘Hoorn moet je voelen’ en ‘Goes is Goes/d’.

Ooit was het ‘Vlissingen, stad aan zee’. Die slogan werd vervangen door de huidige oneliner: ‘Vlissingen, bruisend als de branding’. De beeldspraak is duidelijk en door de alliteratie bekt het best lekker. Maar wie door het lege stadscentrum loopt kan alleen maar cynisch worden over deze stadspromotie. Misschien kan de gemeente inspiratie halen uit de zelfspot van Vlagtwedde. Hun slogan is: ‘Vlagtwedde, de op één na mooiste gemeente’.

 

De rafelranden van de stad

Wat contentmarketing betreft werken de Vlissingse bewoners ook niet erg mee. Vlak onder de nieuwsreportage over stadspromotie staat een nieuwsbericht over de vertelwandelingen van Sinister Zeeland. Onder het motto: Luctor et Putesco (ik worstel en verga) vertelt men de toeristen over de dingen die de bewoners het liefst verborgen zouden houden. De zwarte kant van de stad: moorden, slavenhandel en piraterij. Sinister Zeeland is nog op zoek naar nieuwe stadslegenden over engelen en heksen, wonderen en waanzin, lees ik. Lubach had het niet kunnen verzinnen. Ik denk dat het stadspromotieteam zich nu omdraait in het graf. Het wordt hoog tijd voor een podcast met mooie verhalen van rasechte Vlissingers.

Gelukkig hebben we nog ons geheime wapen: amateurfotograaf Ria Brasser is goud voor Vlissingen en de Zeeuwse kust. Een tip voor alle stadsmarketeers: geef een amateurfotograaf een VVV-bon en laat haar beelden opsturen naar weerman Gerrit Hiemstra. Je krijgt op primetime gratis TV-exposure. Sfeerbeelden met mooie luchten en de naam van je gemeente eronder.

 

Een stad of een merk?

Wonderlijk toch hoe bestuurders een grotemensenprobleem ogenblikkelijk definiëren als een imagokwestie. In Cincinnati werden de problemen niet aangepakt, maar de beeldvorming opgeleukt. Ook vanuit de gemeente Vlissingen lees ik geen inhoudelijke reactie op de bezwaren van de mariniers. De burgemeester verwacht dat de plannen gewoon worden doorgezet. Als we nou maar vaak zeggen dat Vlissingen leuker is dan je denkt, komen er vanzelf banen. Daarmee komen de woorden los te staan van de fysieke werkelijkheid. Woorden zijn woorden en niet meer dan dat.

De kritische filosoof Michel Foucault eindigde zijn boek De woorden en de dingen  met de vraag of het einde van de mens zoals we die nu kennen nabij is. Hij vraagt zich af of de mens zal verdwijnen ‘als een gezicht in het zand op de vloedlijn van de zee’. Misschien dat de mariniers daar bang voor zijn.

 

Sjaak Vane is filosoof, spreker en WorkLife-coach. Hij schrijft aan een boek over de filosofie achter nieuwe werkrelaties. Lees ook zijn blog: De Filosofische Bijsluiter.

 

Pin It on Pinterest

Shares