We hebben de definitieve doorbraak van fake news beleefd, maar er is een tegenbeweging op gang gekomen: traditionele media – zeker in de Verenigde Staten – zien hun businessmodellen ineens weer bloeien met kwaliteitsjournalistiek. Is het een trend of ebt het straks gewoon weer weg? En hoe zit het in Nederland?

De emmer fake news die dagelijks over ons wordt uitgestort, zit al jaren vrij vol. Al lang vóór het tijdperk Trump werd er al nepnieuws verspreid. Maar de president van de Verenigde Staten maakte het een modewoord én een issue. Het is overigens niet Trump die fake news echt groot heeft gemaakt, het zijn de digitale ontwikkelingen van de afgelopen tien jaar, de opkomst van social media en de mogelijkheden die de burger heeft gekregen zelf online te publiceren.

Maar pas sinds kort lijkt het nepnieuws echt een hot topic geworden, nadat bleek dat de Russen via bijvoorbeeld Facebook de Amerikaanse verkiezingen wisten te beïnvloeden. Dat heeft dit jaar toch voor een kentering gezorgd die de traditionele en ‘serieuze’ nieuwsmedia, zoals grote dagbladen en nieuwssites, optimistischer moet stemmen.

Zelfs nepnieuws verspreiden
Trump wakkerde dit jaar het fake news fenomeen regelmatig verder aan door ook daadwerkelijk zelf nepnieuws te verspreiden en toonaangevende media als The New York Times en CNN te betichten van het brengen van fake news. En ineens gebeurde er iets. Na jarenlange oplagedalingen en falende businessmodellen, zagen uitgevers – met name Amerikaanse – hun media weer opbloeien.
Zo kreeg, het door de president bekritiseerde, New York Times er sinds de Amerikaanse presidentsverkiezingen van vorig jaar november tot en met mei bijna 310.000 betalende digitale abonnees bij. In haar kielzog nam de krant in de VS The Washington Post en The Wall Street Journal mee. Ook zij noteerden een forse groei van digitale abonnees. Verder profiteerden betaalde onderzoeksjournalistieksites als Mother Jones en ProPublica mee.

Record aantal pageviews
In mei brak New York Times zelfs een record met het aantal pageviews op een artikel over een memo van voormalig directeur van de FBI, James Comey. Er waren in 24 uur meer dan 4,5 miljoen pageviews en nog eens 1,6 miljoen extra buiten het eigen platform. Maar ook de Amerikaanse ‘cable news’ bedrijven als MSNBC, CNN en Fox blijken een enorme boost te hebben gekregen, met ‘double-digit’ groei in de kijkcijfers in het tweede kwartaal.

Kwaliteitsjournalistiek als tegenhanger nepnieuws
Amerikaanse kranten- en nieuwsmediabedrijven ‘verkopen’ sindsdien de term ‘kwaliteitsjournalistiek’ als tegenhanger van fake news en het blijkt nog te werken ook. Ze zien dat ze lezers aan zich kunnen binden die behoefte hebben aan goede duiding en op zoek zijn naar de houvast van een vertrouwd nieuwsmerk. Dat is een goede ontwikkelingen in tijden van teruglopende advertentie-inkomsten.
Maar ook daarin lijkt een kentering te zijn gekomen. Eerder dit jaar ontstond er ook een beweging onder adverteerders die hun budgetten voor de zekerheid bij YouTube wegtrokken, nadat was gebleken dat ze met hun uiting bij radicale content of fake news stonden. Dat gaat dan vooral over het automatiseren van de media-inzet en de roep om een onafhankelijke partij die registreert waar de advertenties terechtkomen. Bijna ondoenlijk, omdat de reuzen Facebook en Google hun eigen koers varen.

Facebook en Google onaantastbaar
Daarmee lijken Facebook en Google onaantastbaar. Ze zijn super-innovatief en met hun platforms en tools een uitkomst voor velen. Anderzijds roven ze wereldwijd misschien wel 80 procent van de online reclame-inkomsten weg. De traditionele uitgevers leden en lijden veel pijn, want ze hebben niet de slagkracht, slimheid en middelen om de twee bij te benen.
Toch is het juist die foute content die kleine barstjes brengt in het bastion van Google en Facebook. Die is er in Europa al jaren, maar ook in de VS sijpelt er langzaam maar zeker kritiek door op de macht van de techreuzen (ook Apple en Amazon), zo staat er bijvoorbeeld in een artikel in de Belgische krant De Standaard.
De Russische invloed op de Amerikaanse verkiezingen via Facebook en de radicale content op YouTube: het zijn feiten. De onwil om daar verantwoordelijkheid voor te nemen stuit ook Amerikanen nu tegen de borst.

Traditionele nieuwsmedia zijn terug
Daarmee hebben de traditionele nieuwsmedia in feite nu het momentum: zij kunnen met kwaliteitsjournalistiek proberen weer wat terrein terug winnen dat ze sinds de millenniumwissel langzaam maar zeker hebben verloren. En natuurlijk: zoals vroeger wordt het nooit meer, maar de situatie in Amerika heeft aangetoond dat de consument wel degelijk wil betalen voor goede journalistiek en een medium dat hij vertrouwt. Het is dan ook niet vreemd dat in de States fors wordt geïnvesteerd in journalisten.

Opkomst kwaliteitsjournalistiek ook in Nederland
En hoe zit het hier? De situatie in Nederland kunnen we natuurlijk nooit vergelijken met die in Amerika. Er is hier geen grote beweging in het afsluiten van (digitale) abonnementen. Nieuwsmedia – de landelijke dagbladen om precies te zijn – zien wel hun digitale abonnees toenemen, maar dat is meer een logisch gevolg van het feit dat mensen steeds vaker liever online lezen dan in print. Wel is het zo dat de krantenbedrijven hun (digitale of hybride) abonnee steeds beter kunnen vasthouden. Door zich via data beter te verdiepen in wat de lezer wil én ook door regelmatig het kwaliteitsjournalistiek-stempel mee te geven aan hun producten.

Zorgen over vertrouwen in sociale media
Fake news leeft hier ook, zo blijkt uit een onderzoek over het vertrouwen in media van IPG Mediabrands, uitgever Sanoma en Brand Asset Valuator (BAV). De onderzoekers ondervroegen daarvoor onlangs duizend Nederlanders. De uitkomsten zijn best hoopgevend voor de gevestigde nieuwsmedia. Het onderzoek geeft namelijk aan dat veel van de respondenten zich zorgen maken over de opkomst van nepnieuws op sociale media. Sociale media – en vooral Twitter – blijken over het algemeen het laagst te scoren in vertrouwen. Gemiddeld gaat slechts 11 procent van de ondervraagden ervan uit dat berichten op Twitter te vertrouwen zijn.

De zorgen over nepnieuws zijn er vooral bij de overgrote meerderheid van de ouderen (50-65 jaar). Dat percentage ligt boven de 70 procent. Maar eigenlijk blijkt er in alle leeftijdsgroepen ongerustheid te zijn over fake news, ook in de groepen 15-24 jaar. Waarbij steeds opvalt dat vrouwen zich iets meer zorgen maken dan mannen.

Kwaliteitsjournalistiek: trend of patroon?
In de VS is er angst bij kenners van de nieuwsmediamarkt dat, zodra het dagelijkse Trump-nieuws wat meer naar de achtergrond verdwijnt – dat lijkt overigens onwaarschijnlijk – de interesse in kwaliteitsjournalistiek ook weer wegebt. Is het dan meer een trend gebleken, of is er toch sprake van een keerpunt?
Feit is dat vooral ouderen betaalde abonnementen nemen, maar dat is altijd zo geweest. Wel is er een jonge generatie die enorm kritisch is en meer dan gewone interesse heeft in goede journalistieke en ‘echte’ verhalen. Daarom is Vice bijvoorbeeld een groot succes. Vice moet het niet hebben van betaalde abonnementen, maar het is met een sterk sponsored content- en distributiemodel wel een miljardenbedrijf dat de nieuwe generatie bedient. Het jongerenplatform neemt geen standpunten in over bijvoorbeeld politiek of religie en laat gewoon zien wat er gebeurt. Daar kan geen fake news tegenop.

Pin It on Pinterest

Shares