De digitalisering van kijken, lezen en luisteren gaat helemaal niet zo hard, zeggen de onderzoekers van Media:Tijd 2015. Zelfs voor een meerderheid van de groep 13-19 jarigen is live televisiekijken nog ‘leading’ in mediagebruik.

 

Onlangs verscheen het tijdsbestedingsonderzoek Media:Tijd 2015, een gezamenlijk onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en organisaties voor mediabereiksonderzoek: het Nationaal Luisteronderzoek (NLO), Nationaal Onderzoek Multimedia (NOM), Stichting Kijkonderzoek (SKO) en het Buitenreclame Onderzoek (BRO).
Ruim drieduizend Nederlanders werden ondervraagd en hielden voor het onderzoek een week lang elke tien minuten hun (media)activiteiten in een dagboek bij, een methode vergelijkbaar met het radio-onderzoek van één van de deelnemende partijen NLO. Zo weten we inmiddels dat we met z’n allen net iets langer slapen dan media consumeren. Slapen doen we 8 uur en 45 minuten gemiddeld en onze mediaconsumptie is 12 minuten per dag korter. Het mediagebruik bestaat uit een aantal vaste activiteiten, zoals kijken, luisteren, lezen en communiceren. Uit het onderzoek blijkt dat kijken en luisteren de meeste tijd in beslag nemen. Gemiddeld zijn Nederlanders op een dag 58 minuten onderweg. Iets minder dan de helft van deze tijd wordt met media gecombineerd.

Luisteren
Wie het onderzoek doorbladert, komt soms toch tot verrassende inzichten. Want die hele digitalisering van lezen, luisteren en kijken gaat helemaal niet zo snel als deskundigen ons willen doen geloven. Daarbij wordt het Media:Tijd onderzoek van vorig jaar vergeleken met  dat van 2013. Volgens de onderzoekers gaat bijvoorbeeld de luistertijd nog voor het overgrote deel via live radio. Met andere woorden: de FM-radiostations. We luisteren naar die zenders via een traditioneel radiotoestel, de autoradio of zelfs de draagbare radio (wie heeft er nog één?). Naar zo’n zender via internet luisteren neemt toe, maar die tijd bedraagt slechts 9 minuten per dag van de mediatijd.
En hoewel de radioreclamemarkt onder druk staat, blijkt dat niet aan de luistertijd te liggen. Er is weliswaar een iets lagere luistertijd gemeten in 2015 ten opzichte van 2013, maar deze daling is niet significant, oftewel niet wezenlijk veranderd.

Lezen
De gemiddelde leestijd per dag bedraagt in 2015 bijna drie kwartier, 43 minuten om precies te zijn. Doordeweeks is dat gemiddelde een minuutje korter, in het weekend een minuutje langer. De participatie is op doordeweekse dagen wel iets hoger dan in het weekend.
Als we lezen doen we dat voornamelijk nog op papier.  Sterker nog: op een gemiddelde dag leest 39% van de Nederlanders van papier. Het aantal Nederlanders dat op zo’n dag digitaal leest, is 20%. De onderzoekers melden dat daarmee digitaal lezen in opkomst is. Het gaat hier om het digitaal lezen van dagbladen, tijdschriften, boeken, nieuwssites en apps en ‘andere media’. Vooral mannen, hoger opgeleiden en 20- 49 jarigen, blijken digitaal te lezen. Het dagblad is het populairst, als we het over lezen hebben, gevolgd door het boek.

Kijken
Dat televisie kijken nog altijd het populairst is, komt ook uit Media:Tijd 2015 naar voren. Al is er wel een bredere definitie, want er valt ook online video (bijvoorbeeld YouTube) of video on demand onder. Marktkenners roepen al enige tijd dat het aandeel lineaire televisie enorm hard aan het dalen is, maar ondanks de ‘netflixisering’ zitten de meeste consumenten nog massaal voor het grootste beeldscherm in huis ‘live’ tv te kijken. Althans volgens dit onderzoek. 78% van de tijd dat men aan kijken besteedt, kijkt men live televisie, vooral via het klassieke televisietoestel. 11% van de kijktijd gaat naar uitgesteld televisie kijken. 8% van de tijd wordt via computer, tablet of smartphone gekeken.
Zelfs onder jongeren van 13-19 jaar blijft lineaire televisie – met 55% van de kijktijd – ruim op één staan. Van hun totale kijktijd besteden 13- tot 19-jarigen 15% aan gestreamde video’s (19 minuten) en 11% aan het kijken naar overige video’s (14 minuten), via mobiele apparaten en computer. Bij jongvolwassenen (de leeftijdsgroep van 20 tot 34 jaar) is dit respectievelijk 7% en 3% van hun totale kijktijd, dat wil zeggen 12 minuten gestreamde video en 4 minuten overige video bekeken via mobiele apparaten en computer.

 

Communiceren
Er is ook een apart hoofdstuk gewijd aan ‘communiceren’. Met communiceren (bellen, e-mailen, sms’en, appen, chatten en sociale media gebruik) zijn we 1 uur en 6 minuten per dag bezig. Bijna de helft (48%) van deze communicatietijd gaat via de smartphone. De vaste telefoon neemt toch nog altijd 7% van de communicatietijd in en laat zich goed meten met de tablet (ook 7%). Gamen is vooral erg in trek bij jongeren van 13 tot 19 jaar. Deze activiteit is dagelijks goed voor drie kwartier van hun tijdsbesteding, maar haalt het niet bij communiceren. De jeugd communiceert met 2 uur en 12 minuten per dag het meeste van alle leeftijdsgroepen.

Traditionele media
Uit Media:Tijd 2015 kunnen de onderzoekers en de meewerkende partijen – mogelijk met een zucht van verlichting – concluderen dat niet alles zomaar digitaal wordt. Was papier al eerder gedegradeerd tot dode bomen en lineaire televisie ten dode opgeschreven, volgens dit onderzoek gaat het tempo van de verandering veel trager. Dat is goed nieuws voor traditionele media.

Pin It on Pinterest

Shares