Ik ben een man van vijftig en ik rook. Shag. Liefst met rode Rizla vloei (die eigenlijk oranje is). Ik begrijp dat velen van u inmiddels zijn afgehaakt. Ik ben er niet trots op.

 

Maar voor degenen die doorlezen toch even deze vraag van een vrolijke roker: marketeers, wat vinden jullie zelf van de foto’s die sigarettenfabrikanten tegenwoordig moeten publiceren op hun verpakkingen? En zouden jullie ambiëren een dergelijke campagne te maken?

 

In een moment van zwakte besloot ik een kwartet te maken van de foto’s op mijn builtje: ,,Mag ik van jou, van de aangetaste organen, de zwarte long? En heb je toevallig van de kinderfoto’s, het huilende baby’tje in tabaksrook?”
Ik legde het naast me neer toen mijn tabakshandelaar uit zichzelf voorstelde een wit etiket over de foto’s te plakken. Het meisje bij Albert Heijn was minder inschikkelijk toen ik vroeg om een vrolijker foto – bijvoorbeeld die van een kind met een bebloed zakdoekje – in plaats van de afbeelding van een zwartgezwollen voet die ze me toeschoof: ,,Nee, misschien moet u anders stoppen,’’ sprak de tiener streng. Ze had gelijk natuurlijk.

 

Waarom lenen marketeers zich voor zulke macabere campagnes? Zouden ze ook op dieselauto’s foto’s laten plakken van stikkende patiënten; op gesuikerde producten beelden van mensen met obesitas; op vette producten röntgenfoto’s van dichtgeslibde hartkamers, bij alcohol illustraties van rood beaderde ogen?

 

Buiten de stuitende esthetiek van de campagne is er ook ethiek: hoe ver ga je met het de grond intrappen van iemand met een slechte gewoonte via dit staaltje van omgekeerde marketing?

 

Ik begrijp best dat er met omgekeerde marketing nieuwe markten gloren. ,,Het effect hiervan is uitgebreid onderzocht,’’ stelde hoogleraar Tabaksontmoediging Marc Willemsen van de Universiteit Maastricht bij de start van de campagne. ,,Verwacht niet dat men massaal stopt met roken. Maar deze pakjes dragen er wel aan bij dat mensen emotioneel geraakt worden. En ze worden beter geïnformeerd over de verschillende ziektes die je van roken kan krijgen.”

 

Voor je het weet dus verordonneert de wetgever straks dat van alles wat een beetje gif bevat beeldend moeten worden bewezen welke kwalen ervan kunnen opdoemen. Kassa!

 

Ik hoop dat het niet zo ver komt, en ook de roker straks weer zijn pakje durft te tonen. Roken in de openbare ruimte is in de ban. En terecht. Maar gaan we niet een grens over als we van één genotmiddel zo gedetailleerd de gevaren uitmeten?

 

Graag reacties!